Posts tonen met het label innovatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label innovatie. Alle posts tonen

maandag 20 juni 2011

The virtual revolution - The Consumption Web

De BBC heeft regelmatig interessante documentaires over van alles. Vorige week stuitte ik op de documentaire The Virtual Revolution (zie http://www.bbc.co.uk/virtualrevolution/). Het inspireerde mij tot twee blogs. Deze eerste blog gaat over de life-cycle van informatie. Volgende week zal ik het tweede deel publiceren, dat gaat over het effect van de Virtual revolution op de maatschappij.

De life-cycle van informatie doorloopt globaal vier stappen:
1. Het creëren van informatie
2. Het kopiëren van informatie
3. Het distribueren van informatie
4. Het consumeren van informatie
In de middeleeuwen waren alle vier de stappen een zeer tijdrovend en arbeidsintensief proces. Alles ging op papier en met de hand geschreven. Kopiëren betekende overschrijven. Distribueren ging met de fysieke post.

Het efficiënter en effectiever maken van dit proces heeft zich tot nu toe in drie grote revoluties ontwikkeld. De eerste revolutie was die van de drukpers. Door de uitvinding van de drukpers werd vooral het kopiëren van informatie veel gemakkelijker. De tweede revolutie is de digitalisering en internet 1.0. Door de digitalisering werd het creëren, kopiëren en distribueren van informatie weer makkelijker en sneller.

Met de komst van internet 2.0 werd de volgende stap gezet in de ontwikkeling van dit proces. Het creëren van informatie werd van een individueel proces, een proces dat ook gezamenlijk kan worden aangepakt. De snelheid van schrijven en de omvang van Wikipedia zijn daar een goed voorbeeld van. Ook het concept van mash-up maakt door het combineren van verschillende informatiebronnen het mogelijk om nieuwe inzichten te creëren. Het distribueren kreeg ook een enorme versnelling doordat niet alleen de auteur de distributie voor zijn rekening nam, maar her-distributies door iedereen kan worden gedaan. Door ontwikkelingen als Digg-it, Delicious en Twitter kunnen interessante verwijzingen naar informatie gemakkelijk keer op keer naar nieuwe doelgroepen worden doorgezet. Hiermee ontstond ook een informeel en collectief redactieproces.

Het consumeren van informatie heeft zich in bovenstaande revoluties nog het minst ontwikkeld. Alleen het informele, collectieve redactieproces heeft hier een bijdrage aan geleverd. Verdere filtering van alle beschikbare en binnenkomende informatie is nodig om het consumeren van informatie effectiever te maken. Internet 3.0 heeft de afgelopen jaren de belofte in zich gehad om dit te realiseren. Maar van het semantische web, zoals internet 3.0 ook wel genoemd werd, hoor ik de laatste tijd niet zoveel meer.

Misschien komt het wel door die term, het semantische web. Voor veel mensen is dat best een abstract begrip. Wanneer we Internet 3.0 hernoemen, tot bijvoorbeeld The Consumption Web, wordt het weer concreet (deze term komt overigens niet uit de genoemde BBC-documentaire, maar heb ik zelf bedacht). Het filteren van informatie, intelligente vormen van navigatie en persentatie, automatische samenvattingen en automatische vertalingen verbeteren allemaal de efficiëntie en effectiviteit van de consumptie van informatie. Daarmee vallen ze m.i. onder Internet 3.0.

De BBC laat via een andere weg zien dat het anders aanbieden van informatie het consumeren van informatie effectiever maakt. Zij noemen het "3D Interactive Documentary Explorer" (zie http://www.bbc.co.uk/virtualrevolution/3dexplorer_start.shtml).

Wanneer jullie meer aansprekende voorbeelden van The Consumption Web hebben, hoor ik ze graag.

vrijdag 18 maart 2011

Darwin en de productiviteit van de kenniswerker

Op mijn blog schreef ik eerder over de valkuil van de mainstream. Het ging over de notie dat kennismanagement leidt tot de situatie dat veel mensen binnen een organisatie dezelfde informatie consumeren. Dit kan leiden tot bijziendheid en tunnelvisie.

In de wetenschapsbijlage van NRC-next (26 februari 2011) schrijft Robbert Dijkgraaf over een vergelijkbaar fenomeen. Hij noemt het de Tweede hoofdwet van Globalisering. Doordat markten steeds meer met elkaar in verbinding staan, neemt de diversiteit aan goederen en diensten af. Zo wordt jaarlijks 100 miljard liter Coca Cola gedronken en zagen 3 miljard mensen de film Avatar. Door de globalisering wordt het bereik en het marktaandeel van deze mainstream producten alleen nog maar groter.


De tweede hoofdwet van globalisering is afgeleid van de tweede hoofdwet van de thermodynamica. Deze wet zegt onder andere dat het minder energie kost om water met zand te mengen tot modder, dan modder te scheiden in water en zand. Daarmee ontstaat het inzicht dat de weg van diversiteit naar uniformiteit een eenrichtingsweg is. Om vanuit een uniformiteit weer terug te gaan naar diversiteit is veel moeilijker.


Gelukkig hebben we altijd Darwin nog. Ook hij zag in dat door het principe van survival of the fittest de diversiteit afnam. Als het hebben van een lange nek voordeel biedt, zullen er op den duur uitsluitend nog giraffen met een lange nek zijn. Tenminste, zolang er een vrije uitwisseling van genen binnen de groep is. Wanneer de groep in tweeën wordt gedeeld (bijvoorbeeld door het ontstaan van een natuurlijke grens), zullen de twee groepen wel van elkaar kunnen verschillen.


Door de introductie van intranetten en 2.0-technologieën zijn de grenzen binnen organisaties vervaagd. Kennis en informatie is veel breder toegankelijk en wordt veel vaker gedeeld. Verschillende groepen staan met elkaar in verbinding, waardoor de diversiteit van uit zich zelf afneemt. Maar organisaties hebben juist diversiteit nodig om steeds sneller te reageren op nieuwe ontwikkelingen en om steeds sneller met innovaties te komen.


Kennis- en informatiemanagement kan binnen organisaties worden ingezet om uniformiteit en diversiteit met elkaar in balans te houden. Daarvoor zijn twee dingen nodig. Ten eerste is het noodzakelijk om steeds verassende nieuwe informatie en kennis van buiten de organisatie naar binnen te halen (zie ook Serendipity). Door mensen te stimuleren om hun eigen informatiekanalen op te bouwen, kan dit worden bereikt. Ieder individu heeft immers zijn eigen sociale netwerk en leest weer net andere tijdschriften, blogs en twitter-berichten. Organisaties zouden medewerkers dus moeten stimuleren om ook een sociaal netwerk buiten de organisatie te onderhouden.


De tweede manier is om af en toe juist even een groepje van de mainstream te isoleren. Dat kan bijvoorbeeld door een visie-vormings-project, waarbij de nadrukkelijke opdracht is om zoveel mogelijk van de huidige mainstream af te wijken.


Goede voorbeelden van diversiteit-denken zijn 3M en Google. Zij stellen medewerkers in de gelegenheid om hun eigen onderzoeksprojecten te doen. Ze hebben geen toestemming voor het onderwerp nodig en hoeven geen verantwoording af te leggen. Ze hoeven alleen de resultaten maar vrij beschikbaar te stellen.


M. Lissack en J. Roos verwoordde het in 1999 in hun boek The Next Common Sense (zie Gezond verstand 2.0). De meeste tijd en aandacht gaat zitten in het navigeren door een ravijn. Soms moet je even over de rand heen kijken om te zien welke mooie zaken daar te vinden zijn.

maandag 29 november 2010

Heroïsche infromatiestrategie


Forrester heeft een nieuw rapport geschreven: "The Hero index: Finding Empowered Employees" (zie hier de samenvatting).

Zij hebben bij organisaties gezocht naar helden. Deze helden voldoen aan twee criteria:
1. Zij voelen zich meer dan gemiddeld in staat om hun werk goed te doen.
2. Zij zijn creatief in het vinden van hulpmiddelen, ook als het niet past binnen het ICT-beleid.

Gemiddeld is 20% van de mensen binnen organisaties een held volgens deze definitie. De overige 80% zou van deze helden kunnen leren.

Nu lijkt het mij niet passen om te stimuleren dat iedereen dan maar naar hun eigen oplossingen gaat zoeken. Immers, 13% van de medewerkers doet dat al, volgens het onderzoek van Forrester, zonder dat ze het gevoel hebben dat ze daarmee heel goed in staat zijn hun werk te doen.

Een slimme CIO let goed op wat deze helden doen. Welke applicaties gebruiken zij buiten de gereguleerde informatievoorziening om? Dit lijken mij namelijk applicaties die kandidaat zijn om zo snel mogelijk wel geïnstitutionaliseerd te laten zijn. Dat zijn immers de applicaties die de succesvolle mensen binnen jouw organisatie succesvol maken.

vrijdag 25 september 2009

Je hebt ICT en ICT

Soms komt de dezelfde discussie op verschillende manieren voorbij. Deze keer over de relatie tussen ICT en de "business".

Alfons Evers schreef op computable.nl:
"Toch was er wel een aardige 'call to action' door Gartner: ict moet ervoor zorgen als profit center te worden gezien en uit de hoek van cost center vandaan komen. De groei in ict-uitgaven zal met name daar gebeuren waar er een directe relatie is met omzetverhoging. [.......] Maar hoe gaat dat met toepassingen zoals bijvoorbeeld Microsoft Office? Voor de eindgebruiker zeker productiviteitsverhogend, maar of je er nou direct omzet mee gaat maken... Veelal vertalen de voordelen van deze ict-categorie zich in meer tijd voor de eindgebruiker om zich bezig te houden met zijn/haar vak en daardoor dus omzetverhogend kunnen werken. Niet een één-op- één directe relatie dus." (Zie http://www.computable.nl/artikel/ict_topics/ecm/3074049/1277020/ict-als-profit-center.html?utm_campaign=rss&utm_source=rss&utm_medium=rss#ixzz0S7DEDCPh)

Met een aantal vakgenoten sprak ik over IT Fusion. Interessante ontwikkeling die ook iets zegt over Business/IT Alignment en daarmee over outsourcing.

Met een klant had ik discussies over de mate van outsourcing: moet je nu alles uitbesteden (zowel in termen van systemen als in termen van welke beheeractiviteiten).

Mijn punt is dat je ICT hebt en ICT. Sommige ICT is zeer bepalend voor het succes van een organisatie. Het kan een onderscheidend concurrentievoordeel hebben. Andere ICT is meer een noodzakelijke randvoorwaarde.

Wanneer ICT een onderscheidend vermogen biedt en je bent er bovengemiddeld goed in, zal het een activiteit zijn waar je zeker heel secuur naar de business-IT alignment moet kijken. Dat vraagt flexibiliteit, want de business is ook flexibel. Flexibiliteit vraagt sturing en outsourcing gaat ten koste van directe sturing. En als je er dan toch al goed in bent, kun je het beter niet outsourcen. Of ICT als profit center kan worden gezien weet ik niet. Dat heeft ook vooral te maken met governance. Als de besluitvorming voor innovatie vooral bij de business ligt, ligt het niet voor de hand om van ICT een profit center te maken. Je zou dan ICT vooral een KPI kunnen geven op innovatie en implementatiesnelheid.

Wanneer ICT een noodzakelijke randvoorwaarde is en je bent er toch al niet zo goed in, zal de directe relatie met de business minder zijn. Dat vraagt vooral continuiteit. En als je er dan toch niet zo goed in bent, dan kun je het beter outsourcen. Business-IT alignment is hier lastig, omdat die relatie met de business niet heel duidelijk is. ICT wordt hier ook vooral als kosten gezien en kan dus het beste als cost-center worden gezien.

Kortom: de aansturing en sourcing van ICT zal moeten afhangen van de mate waarin het onderscheidend vermogen biedt en van de ICT kwaliteit die in de eigen organisatie zit.

maandag 11 mei 2009

Doe net als Google

Op MT verscheen een artikel over Jeff Jarvis, schrijver van het boek ‘Wat zou Google doen?' .
(zie http://www.mt.nl/experts/1838214/Bedrijven_overleven_alleen_met_hulp_van_Google.html).

De nieuwe manier van zakendoen wordt samengevat in 9 hoofdpunten:
1. Koester boze klanten
2. Specialiseer en breid netwerk uit
3. Gratis gezien worden
4. Geen massaproducten meer
5. De zakelijke ommezwaai
6. Vertrouwen is de basis
7. Maak fouten
8. Nieuwe snelheid
9. De nieuwe geboden

Allemaal zeer nuttige en relevante punten waar organisaties mee aan de gang kunnen.

Het belangrijkste wat Google echt vernieuwend maakt ontbreekt m.i. in de lijst. Google laat hun klanten meebouwen en meedenken aan hun producten. Dat doen hun klanten meestal niet bewust. Google gebruikt het zoek- en navigatiegedrag van haar klanten om het zoekalgoritme en ook de plaatsing van advertenties steeds verder te verfijnen. Miljoenen klanten weten altijd meer dan duizenden ontwikkelaars.

Over mij

Mijn foto
Tot 1992 studeerde ik Technische Informatica aan de TU Delft en in 2000 en 2001 heb ik een MBA opleiding gevolgd aan de Rotterdam School of Management. Ik werkte 10 jaar voor PinkRoccade als consultant, project manager, contract manager en business line manager. Daarna werkte ik 4 jaar bij KBenP als principal consultant. Ik was trekker van de thema's "het Nieuwe Werken" en ECM & Search. Daarnaast was ik inhoudelijk betrokken bij de projecten en adviesopdrachten.

Sinds 2010 ben ik zelfstandig ondernemer onder de firmanaam InforU BV. Mijn specialisme is productiviteit en de kenniswerker, het Nieuwe Werken, Web 2.0 en Informatiemanagement.

Publicaties:
*Over Toverdozen en Tovermensen, OverheidsDocumentatie (OD), 2010
*Kenniswerk kan 20% goedkoper –marktonderzoek naar effectiviteit van de kenniswerker KBenP, 2009
* Boekreview: Managing The Crowd – Steve Bailey OD, 2008
* Digitale werkplek voor Rijksambtenaren Overheidsmanagement, 2008
* Samen werken zonder regie leidt niet tot samenwerken Computable.nl, 2007
* Help de Bezoeker Zoekt! Paul Ruijgrok. KBenP Actueel, 2007